ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1424
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging arbitraal vonnis over staatssteun Demkolec-centrale
De zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden en het Nederlands Elektriciteit Administratiekantoor (NEA) over de omvang van te vergoeden niet-marktconforme kosten van de onrendabele Demkolec-centrale. De Staat vordert vernietiging van een arbitraal vonnis dat haar veroordeelde tot een hogere betaling aan NEA dan de Europese Commissie had goedgekeurd, stellende dat dit verboden nieuwe staatssteun oplevert.
De rechtbank stelt vast dat de steunbeschikking van de Europese Commissie van 25 juli 2001 de Nederlandse staatssteun aan NEA goedkeurt op basis van een formule waarbij de netto veilingopbrengst in mindering wordt gebracht op de boekwaarde van Demkolec. De vermeende overschrijding van het steunplafond door de arbiters wordt verworpen, omdat het steunplafond slechts een voorlopige raming is en de uiteindelijke omvang afhankelijk is van de veilingresultaten.
De rechtbank oordeelt verder dat de exploitatiekosten en rentelasten over de periode 1 januari tot 1 mei 2001, die de Staat niet expliciet in de steunbeschikking terugvindt, wel degelijk binnen de goedgekeurde staatssteun vallen omdat deze kosten de marktwaarde van Demkolec negatief beïnvloeden. Het vonnis van de arbiters is daarmee verenigbaar met de steunbeschikking en de artikelen 87 en 88 EG-Verdrag.
De Staat wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ziet geen aanleiding om de beslissing aan te houden in afwachting van een reactie van de Europese Commissie of het Hof van Justitie.
Uitkomst: De vordering van de Staat tot vernietiging van het arbitraal vonnis wordt afgewezen.