ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2656
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij beroep tegen weigering verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan
Verzoeker, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om als zelfstandige in Nederland te verblijven. Deze aanvraag werd afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die overeenkomt met het verblijfsdoel. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten.
De voorzieningenrechter overwoog dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de standstill-bepaling in het Associatiebesluit 1/80 EEG/Turkije en het mvv-vereiste. Omdat het Hof nog geen uitspraak heeft gedaan, is onzeker of het ontbreken van een mvv aan verzoeker mag worden tegengeworpen.
Verzoeker stelde dat hij een belang heeft om de beantwoording van deze prejudiciële vragen in Nederland af te wachten en dat hij voorbereidingen treft om een groentenhandel op te zetten. De voorzieningenrechter vond echter dat de belangen van verzoeker onvoldoende concreet en zwaarwegend waren om het beroep in Nederland af te wachten. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de belangen onvoldoende zwaarwegend zijn om het beroep in Nederland af te wachten.