ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2770
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring
Verzoeker, een Turkse vreemdeling, is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens poging tot zware mishandeling en poging tot moord. Naar aanleiding hiervan heeft de staatssecretaris van Justitie de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en verzoeker ongewenst verklaard. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten en vroeg om een voorlopige voorziening om de werking van de besluiten op te schorten.
De voorzieningenrechter overweegt dat een bezwaar tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet kan leiden tot rechtmatig verblijf zolang de ongewenstverklaring van kracht is. Ook het beroep tegen een aanvraag tot verlening of verlenging van een verblijfsvergunning kan dit niet bewerkstelligen. Hoewel verzoeker stelt belang te hebben bij het ongedaan maken van de intrekking vanwege deelname aan een terugkeerprogramma na detentie, is dit belang niet spoedeisend. Daarnaast loopt verzoeker geen risico op uitzetting of strafrechtelijke vervolging zolang hij in detentie is.
De voorzieningenrechter concludeert dat er geen spoedeisend belang is bij het verzoek om voorlopige voorziening en wijst het verzoek af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en procesbelang.