ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2046
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.M. Baldinger
- J.Th. Zimmerman
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Schorsing behandeling beroep ongewenstverklaring Turkse staatsburger in afwachting prejudiciële vragen Hof van Justitie EG
Eiser, een Turkse staatsburger die sinds 1989 rechtmatig in Nederland verblijft en meerdere keren is veroordeeld voor ernstige geweldsmisdrijven, werd ongewenst verklaard door de Staatssecretaris van Justitie. Het geschil betreft de vraag of de bijzondere verwijderingsbescherming van artikel 28, derde lid, van de Verblijfsrichtlijn ook op hem van toepassing is, ondanks zijn Turkse nationaliteit en verblijfsrecht op grond van Besluit 1/80.
De rechtbank onderzoekt of artikel 8.22, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat een implementatie van artikel 28 van Pro de Verblijfsrichtlijn beoogt, ook van toepassing is op ongewenstverklaringen. De rechtbank concludeert dat de Verblijfsrichtlijn ook betrekking heeft op ongewenstverklaringen als besluiten tot verwijdering.
Omdat de implementatie van artikel 28 in Pro het Nederlandse recht onvolledig is, onderzoekt de rechtbank rechtstreeks de toepasselijkheid van artikel 28 van Pro de Verblijfsrichtlijn. Gezien het feit dat eiser langer dan tien jaar rechtmatig verblijf heeft, zou hij onder de bijzondere verwijderingsbescherming kunnen vallen, maar de vraag of deze bescherming ook geldt voor Turkse staatsburgers die rechten ontlenen aan Besluit 1/80 is prejudicieel aan het Hof van Justitie EG voorgelegd.
De rechtbank besluit de behandeling van het beroep te schorsen en verdere beslissingen aan te houden totdat het Hof van Justitie EG uitspraak heeft gedaan in de prejudiciële zaak Erdil (C-420/08).
Uitkomst: Behandeling beroep ongewenstverklaring geschorst en beslissing aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak Hof van Justitie EG.