ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5674
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens integriteitsschending en weigering medewerking onderzoek
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen Duinwaterbedrijf Zuid-Holland N.V. (DZH) en een monteur, [A], die wordt verdacht van het ontvreemden van koperen leidingen uit slooppanden en het doorverkopen daarvan. DZH verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van dringende redenen en subsidiair wegens veranderde omstandigheden.
[A] betwist de beschuldigingen en de betrokkenheid bij diefstal. Ook stelt hij dat de klacht onjuist is en dat hij niet verplicht is medewerking te verlenen aan een onderzoek door een particulier recherchebureau. DZH stelde dat de weigering tot medewerking de vertrouwensrelatie onherstelbaar heeft beschadigd.
De kantonrechter oordeelt dat de dringende reden niet voldoende aannemelijk is, maar dat het aannemelijk is dat [A] zich schuldig heeft gemaakt aan het toe-eigenen van afvalkoper zonder afdracht aan DZH. De weigering tot medewerking aan het onderzoek wordt als ernstig verwijtbaar beschouwd. Gezien de omstandigheden, waaronder de lange diensttijd en geringe waarde van het materiaal, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden met een vergoeding van € 32.306,85 bruto, waarbij DZH een eventuele bovenwettelijke uitkering mag verrekenen.
De procedurekosten worden ieder voor eigen rekening genomen, tenzij het verzoek wordt ingetrokken, waarna DZH de kosten moet dragen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden met vergoeding van € 32.306,85 bruto en verrekening van bovenwettelijke uitkering.