ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6028
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens twijfel aan naleving Griekse asielverplichtingen
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, diende een aanvraag in Nederland in die werd afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens Vo 343/2003. Verzoeker betwistte dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel zonder meer kan worden toegepast, gezien lopende inbreukprocedures tegen Griekenland door de Europese Commissie en kritische rapporten over de Griekse naleving van asielverplichtingen.
De voorzieningenrechter constateerde dat de Europese Commissie op 27 juni 2007 een inbreukprocedure startte tegen Griekenland wegens tekortkomingen in de uitvoering van Vo 343/2003 en dat de termijn voor maatregelen inmiddels was verstreken zonder duidelijkheid over reactie van Griekenland. Tevens werd het LIBE-rapport van het Europees Parlement met kritische bevindingen over de Griekse asielpraktijk betrokken.
Gezien deze omstandigheden achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat het beroep van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft en dat het belang van verzoeker bij het voorkomen van uitzetting zwaarder weegt. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij uitzetting werd verboden totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Voorlopige voorziening toegewezen waardoor uitzetting naar Griekenland wordt verboden totdat op het beroep is beslist.