ECLI:NL:RVS:2007:BB3800
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling naleving verdragsverplichtingen Griekenland in Dublinprocedure asielaanvraag
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had vernietigd. De staatssecretaris had de asielaanvraag afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter had geoordeeld dat het UNHCR-rapport uit 2004 concrete aanwijzingen bevatte waaruit bleek dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen niet naleefde, waardoor het beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kon slagen. De staatssecretaris voerde in hoger beroep aan dat de statistische gegevens in het rapport niets zeggen over de naleving van verdragsverplichtingen door Griekenland.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het UNHCR-rapport geen concrete schendingen van het refoulementverbod of andere verdragsverplichtingen bevat en dat de staatssecretaris terecht gewicht mocht toekennen aan recente wijzigingen in de Griekse asielprocedure, waaronder de aanpassing van de “interruption-procedure”. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Daarmee wordt bevestigd dat Griekenland zijn internationale verplichtingen respecteert en dat de asielaanvraag terecht is afgewezen op grond van de Dublinverordening.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, bevestigend dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen naleeft.