ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6260
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Putten
- C.I.H. Fockens
- E.H. de Jong - van Dooijeweert
- Rechtspraak.nl
Toelating minderjarige voor gezinshereniging na overlijden moeder
Eiser, geboren en opgegroeid in Suriname, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij zijn vader, referent, te wonen. Referent vestigde zich in 1990 in Nederland en liet eiser bij zijn moeder in Suriname achter. Na het plotselinge overlijden van eisers moeder in 2004 ontstond een gewijzigde situatie waarin eiser kwetsbaar werd en meer afhankelijk van zijn vader.
De minister wees het verzoek af met het argument dat Suriname het meest aangewezen land was voor gezinshereniging, mede vanwege eisers worteling in Suriname. De rechtbank oordeelde echter dat referent en zijn gezin al lang in Nederland wonen, met vaste banen en kinderen die in Nederland zijn geboren en sociaal ingeburgerd zijn. Dit maakt gezinshereniging in Suriname onwenselijk.
De rechtbank stelde vast dat het eerdere besluit onvoldoende rekening hield met de gewijzigde omstandigheden en het belang van eiser bij opname in het gezin van referent. Er werd een onevenwichtige belangenafweging gemaakt, waarbij het belang van de Nederlandse Staat bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder werd gewogen dan het gezinsleven van eiser.
Daarom werd het besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen vier weken een machtiging tot voorlopig verblijf te verstrekken. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder binnen vier weken een machtiging tot voorlopig verblijf aan eiser verstrekt.