ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7382
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en tijdelijke voogdij benoeming voor minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en benoeming van de stiefvader als tijdelijke voogd over een minderjarige geboren in 1993. De minderjarige verblijft feitelijk bij de stiefvader, terwijl de moeder onvindbaar is en de biologische vader onbekend is.
Uit het rapport van de Raad blijkt dat de ontwikkeling van de minderjarige wordt bedreigd door sociale isolatie, emotionele problemen en gezondheidsklachten. De minderjarige gaat regelmatig niet naar school, voelt zich onbegrepen en kampt met zorgen over zijn moeder en identiteit. De stiefvader weigert statusvoorlichting te geven en gaat volgens de Raad niet altijd adequaat om met gezondheidsproblemen.
De Raad adviseert ondertoezichtstelling en benoeming van de stiefvader tot voogd om het gezagsvacuüm te vullen en de feitelijke situatie te formaliseren. De stiefvader staat positief tegenover hulpverlening en wil zelf voor de minderjarige blijven zorgen. De rechtbank acht de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en tijdelijke voogdij benoeming aanwezig en wijst het verzoek toe. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen twee maanden.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige onder toezicht van Bureau Jeugdzorg en benoemt de stiefvader tot tijdelijke voogd voor de duur van één jaar.