ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning Liberiaanse Mandingo wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Liberiaanse staatsburger behorend tot de Mandingo etnische groep, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het verzoek werd afgewezen door verweerder, waarbij verweerder oordeelde dat eiser niet geloofwaardig was over zijn detentie in Monrovia in 2000. Verweerder baseerde dit op een individueel ambtsbericht waarin stond dat eiser niet in de gevangenis stond geregistreerd.
Eiser stelde dat er sprake was van ongeregistreerde detentie en overlegde brieven van de Vereniging Bengoma Nederland die dit ondersteunden. De rechtbank oordeelde dat deze brieven een concreet aanknopingspunt vormden voor twijfel aan het ambtsbericht en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij het ambtsbericht boven het bewijs van eiser stelde.
De rechtbank stelde vast dat het beleid ten tijde van het bestreden besluit (WBV 2004/43) een relevante wijziging van het recht vormde ten opzichte van het eerdere besluit uit 2002. Hierdoor kon de aanvraag niet als herhaald worden beschouwd, en was een nieuwe beoordeling gerechtvaardigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en alle overgelegde stukken. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.