ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8100
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning met terugwerkende kracht wegens schending hoorplicht
Eiser, een Indiase nationaliteit, diende een aanvraag in voor wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning. Verweerder trok de vergunning met terugwerkende kracht in omdat eiser niet meer voldeed aan de oorspronkelijke beperking. Eiser maakte bezwaar en stelde onder meer dat geen redelijke belangenafweging had plaatsgevonden en dat hij niet was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking met terugwerkende kracht niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder de hoorplicht uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft geschonden door eiser niet te horen, terwijl het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. Eiser bracht relevante feiten naar voren die bij een hoorzitting mogelijk tot een ander besluit hadden kunnen leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.