ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8111
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij beroep tegen intrekking verblijfsvergunning asiel na vertrek met onbekende bestemming
Eiser, van Iraakse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die door de Staatssecretaris van Justitie werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste inlichtingen en het verplaatsen van zijn hoofdverblijf naar het buitenland. Het beroep tegen deze intrekking werd ingediend en leidde tot opschorting van de rechtsgevolgen, waardoor eiser in Nederland mocht verblijven.
Uit een M100-formulier en bijgevoegd proces-verbaal bleek dat eiser sinds augustus 2006 niet meer aan zijn meldplicht voldeed en zijn woonruimte had verlaten. Eiser verscheen niet op de zitting en zijn gemachtigde gaf aan geen contact meer met hem te hebben. De rechtbank concludeerde dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en kennelijk geen belang meer had bij de bescherming die hij aanvankelijk zocht.
Op grond hiervan oordeelde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer had bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit tot intrekking van zijn verblijfsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk in op de vraag of de intrekking rechtmatig was.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.