ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9308
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende documentatie
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, vroeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan, welke werd afgewezen door verweerder wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht in haar asielrelaas en het ontbreken van documenten ter staving van haar identiteit en nationaliteit.
De rechtbank onderzocht of eiseres zich kon beroepen op artikel 4 van Pro de Definitierichtlijn 2004/83/EG. De rechtbank concludeerde dat deze bepalingen niet voldoende nauwkeurig zijn voor rechtstreekse werking en dat het aan de nationale wetgever is om nadere invulling te geven.
Beoordeeld naar nationaal recht oordeelde de rechtbank dat verweerder het besluit met zorgvuldigheid had voorbereid en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat het ontbreken van documenten niet aan haar is toe te rekenen. Daarnaast vond de rechtbank dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was vanwege summiere, vage en tegenstrijdige verklaringen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een verblijfsvergunning asiel werd afgewezen. Ook het beroep op artikel 4 EVRM Pro faalde omdat het asielrelaas niet aannemelijk was. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.