ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9874
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na ruim acht maanden wegens beperkt zicht op uitzetting
Eiseres, een vrouw van Chinese nationaliteit, werd op 7 maart 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na ruim acht maanden voortduring van deze maatregel, waarbij zij onvoldoende aantoonde dat zij actief meewerkte aan het verkrijgen van identiteitsdocumenten, stelde zij beroep in tegen de voortzetting van haar bewaring. De rechtbank overwoog dat hoewel de Chinese autoriteiten slechts in beperkte mate laissez-passers verstrekken, dit niet betekent dat uitzetting onmogelijk is wanneer volledige medewerking wordt verleend.
Uit cijfers bleek dat in 2007 slechts 16 van 501 aangevraagde laissez-passers werden verstrekt, wat duidt op beperkt zicht op uitzetting. Eiseres had slechts twee keer contact gehad met de Chinese ambassade zonder bewijs van resultaat en had niet aangetoond dat zij de Internationale Organisatie voor Migratie daadwerkelijk had benaderd zoals beloofd.
De rechtbank achtte het belang van eiseres bij haar persoonlijke vrijheid na ruim acht maanden zwaarder dan het belang van voortzetting van de bewaring, mede gezien het beperkte zicht op uitzetting en de mate van frustratie van het onderzoek. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en verweerder veroordeeld in de proceskosten. Een schadevergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiseres wordt onmiddellijk opgeheven wegens beperkt zicht op uitzetting en belangenafweging.