ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9984
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging ongewenstverklaring wegens onvolledig dossier en onjuiste verblijfsduur
Eiser, een Surinaamse nationaliteit, werd op 7 november 2005 door verweerder ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. De kern van het geschil betrof de toepassing van de glijdende schaal op grond van artikel 67 Vw Pro 2000, waarbij verweerder uitging van een verblijfsduur van meer dan acht maar minder dan negen jaar, terwijl eiser stelde dat hij al sinds 1992 rechtmatig in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit rechtmatig is genomen, mede doordat het dossier onvolledig was en belangrijke besluiten ontbraken. Er waren aanwijzingen en bewijsstukken van eiser die een langere verblijfsduur ondersteunen, waaronder een positief advies tot afgifte van een mvv uit 1992 en een telefoonnotitie uit 2001 waarin een legaal verblijf sinds 1993 werd vermeld.
De rechtbank stelde dat bij ambtshalve genomen belastende beschikkingen het bestuursorgaan feiten en omstandigheden moet aannemelijk maken waaruit blijkt dat het besluit rechtmatig is genomen. Verweerder faalde hierin en mocht eiser niet ongewenst verklaren. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, inclusief nader onderzoek naar de verblijfsstatus en mogelijke naturalisatie van eiser.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht. Het beroep inzake de intrekking van de verblijfsvergunning werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belang had bij de beoordeling daarvan zolang de ongewenstverklaring voortduurde.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring is vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met correct onderzoek naar verblijfsduur en naturalisatie.