ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1047
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelage voor niet-rechtmatig verblijvende gedoogde kinderen op grond van Rvb
Eisers, Syrische kinderen die niet rechtmatig in Nederland verblijven maar wel worden gedoogd, vroegen een toelage op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeden aan het vereiste van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank overwoog dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in een eerdere uitspraak onderscheid maakte tussen rechtmatig verblijvende kinderen die niet tot Nederland zijn toegelaten en kinderen die niet rechtmatig verblijven. De CRvB gaf recht op bijstand aan de eerste categorie, maar niet aan de tweede. Eisers stelden dat het begrip rechtmatig verblijf ook gedoogd verblijf moet omvatten, maar de rechtbank verwierp dit standpunt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de artikelen 3 en 27 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) niet rechtstreeks toepasbaar zijn om een toelage krachtens de Rvb af te dwingen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de toelage.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toelage op grond van de Rvb wordt bevestigd.