ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3832
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen besluit ongewenstverklaring vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Afghaanse nationaliteit, is sinds 1997 in Nederland en heeft aanvankelijk een voorwaardelijke verblijfsvergunning gekregen die in 2001 is omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Na een nader onderzoek waarbij artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag werd betrokken, is in 2006 de verblijfsvergunning ingetrokken en is verzoeker ongewenst verklaard. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder jaren heeft genomen voor het besluit tot intrekking en ongewenstverklaring en geen spoed heeft getoond bij eerdere verzoeken om voorlopige voorzieningen. Hierdoor weegt het belang van verzoeker om het beroep af te wachten zwaarder dan het belang van verweerder om verzoeker snel uit te zetten.
De rechter onthoudt zich van een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit tot ongewenstverklaring. De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het besluit geschorst en uitzetting verboden totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als de partij die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het besluit tot ongewenstverklaring geschorst en uitzetting verboden totdat op het beroep is beslist.