ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5117
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens schending vertrouwensbeginsel en motiveringsgebrek
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, deed op 19 november 2002 aangifte van mensenhandel. De vervolging van de verdachte werd op 26 april 2005 geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. Bij besluit van 17 januari 2006 werd aan eiseres met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning verleend, geldig van 19 november 2002 tot 26 april 2005. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit.
Op 18 juli 2006 ontving eiseres een verblijfsdocument met een geldigheidsduur tot 19 november 2007. Het bezwaar werd pas op 26 april 2007 ongegrond verklaard, ruim negen maanden na afgifte van het verblijfsdocument. Verweerder stuurde vervolgens een aanvraagformulier voor verlenging van de verblijfsvergunning toe. De rechtbank oordeelt dat eiseres op grond van het handelen van verweerder redelijkerwijs mocht vertrouwen op rechtmatig verblijf, waardoor het vertrouwensbeginsel is geschonden.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder niet adequaat heeft gemotiveerd waarom de verblijfsvergunning niet binnen vierentwintig uur na de aangifte werd verleend en waarom het bezwaar ongegrond werd verklaard, wat een motiveringsgebrek oplevert. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.