ECLI:NL:RVS:2008:BD9033
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Verzoek verblijfsvergunning vreemdeling afgewezen wegens niet-naleving wettelijke beperkingen
De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ontvangen met een geldigheidsduur tot 19 november 2007. Zij beriep zich op het vertrouwensbeginsel omdat zij meende dat haar bezwaar tegen de beperkte geldigheidsduur van haar vergunning was gehonoreerd. Het Openbaar Ministerie had op 26 april 2005 besloten geen strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel in te stellen, en de vreemdeling had geen beklag tegen dit besluit gedaan.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet zover reikt dat het de staatssecretaris verplicht om in strijd met dwingende bepalingen van het Vreemdelingenbesluit 2000 te besluiten. De bepalingen omtrent de geldigheidsduur en beperkingen van de verblijfsvergunning verzetten zich tegen een langere geldigheidsduur dan wettelijk is toegestaan.
Daarnaast klaagde de vreemdeling dat de staatssecretaris niet op haar bezwaar was ingegaan, maar de Raad van State stelde vast dat de verlening van een verblijfsvergunning niet strekt tot bescherming van vermogensrechtelijke belangen zoals het recht op voorzieningen of uitkeringen. De schending van procedurele regels geeft in beginsel geen recht op schadevergoeding.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.