ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0042
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen uitbreiding betaald parkeren
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om het gebied waar betaald parkeren geldt uit te breiden langs een straat in Den Haag. Hij stelde dat het besluit in strijd was met de Parkeerverordening 1992 en dat zijn belangen en die van zijn bezoekers werden geschaad.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was omdat het besluit een belasting betreft waarop de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) van toepassing is en tegen dit soort besluiten geen bezwaar en beroep mogelijk is, behalve bij belastingaanslagen of voor bezwaar vatbare beschikkingen. Daarnaast werd geoordeeld dat eiser geen belanghebbende is omdat zijn belang niet bijzonder of individueel is, mede omdat ook vele anderen door het besluit worden geraakt.
Verder werd overwogen dat bezoekers van eiser de mogelijkheid hebben om buiten het gebied te parkeren en van daaruit te lopen, waardoor het belang van eiser onvoldoende onderscheidend is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het besluit tot uitbreiding van betaald parkeren is ongegrond verklaard.