Uitspraak
200601827/1), vindt een verordening strekkende tot het heffen van parkeerbelasting haar grondslag in artikel 225 van Pro de Gemeentewet, waarin de bevoegdheid van de gemeente om parkeerbelasting te heffen is neergelegd. Ingevolge artikel 231, eerste lid, van die wet, geschieden heffing en invordering van die belasting met toepassing van de Awr, als ware die belasting een rijksbelasting. Het besluit van 5 juli 2005 dient daarom in zoverre te worden aangemerkt als genomen ingevolge de belastingwet, zodat hoofdstuk V van de Awr hierop van overeenkomstige toepassing is. Het in dit hoofdstuk neergelegde systeem van rechtsbescherming brengt mee dat belanghebbenden die ingevolge artikel 26 van Pro de Awr bevoegd zijn bij de rechtbank beroep in te stellen, bij het Gerechtshof hoger beroep kunnen instellen tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6. van de Awb. De uitspraak van de rechtbank op het beroep van [appellant] is een uitspraak als daar bedoeld. Gelet hierop, is de Afdeling in zoverre niet bevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.