ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0492
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag na veroordeling voor feitelijke aanranding
Eiser verzocht om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), maar de Minister van Justitie weigerde deze vanwege een strafrechtelijke veroordeling uit 2003 voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Eiser voerde aan dat de weigering disproportioneel was, mede omdat hij geen rechtsbijstand had gehad en na zijn veroordeling probleemloos als taxichauffeur had gewerkt.
De rechtbank overwoog dat de Minister terecht uitging van de justitiële documentatie en het beleid zoals neergelegd in de Beleidsregels VOG NP-RP 2004, waarin onder meer wordt gewezen op het specifieke screeningsprofiel voor taxichauffeurs vanwege hun verantwoordelijkheid voor veiligheid en omgang met geld. De veroordeling van eiser betrof ontuchtige handelingen met een geestelijk en lichamelijk gehandicapte vrouw tijdens zijn werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden die eiser aanvoerde niet konden leiden tot afwijking van het beleid, omdat geen sprake was van evidente disproportionaliteit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de VOG gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard.