ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0923
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening besluit weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres, financieel administratief medewerkster, viel op 11 november 2003 uit voor haar werk. Bij besluit van 30 november 2004 weigerde verweerder haar een WAO-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Eiseres maakte geen bezwaar tegen dit besluit, waardoor het in rechte onaantastbaar werd.
In december 2005 verzocht eiseres om herziening van het besluit, met het argument dat zij leed aan een slaap-waakstoornis. Verweerder weigerde dit verzoek in maart 2006 en verklaarde ook het bezwaar ongegrond in september 2006. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de door eiseres overgelegde medische brieven geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten, maar een andere interpretatie van reeds bekende klachten. Ook de psychische klachten die eiseres in beroep aanvoerde, konden niet worden teruggevoerd op de datum van het oorspronkelijke besluit. Een brief van de huisarts die pas in beroep werd ingebracht, kon niet worden meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van verweerder om het besluit te herzien niet onredelijk was en niet in strijd met rechtsregels. Het beroep werd ongegrond verklaard. Tevens werd opgemerkt dat verweerder nog een besluit moet nemen op het verzoek van eiseres om toepassing van de Wet Amber.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot herziening van het besluit tot weigering van een WAO-uitkering is ongegrond verklaard.