ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling en tekortkoming bij overeenkomst van onderaanneming rioolwerkzaamheden
De zaak betreft een geschil over een overeenkomst van onderaanneming tussen eiseres [A-B] en gedaagde [C aannemersbedrijf] inzake rioolwerkzaamheden in Den Haag. [B] Services C.V. stelt rechten uit hoofde van de overeenkomst te hebben verkregen door cessie van [A-B], maar een akte van cessie ontbreekt en mededeling aan [C aannemersbedrijf] is niet gedaan, zodat betaling aan [B] Services C.V. wordt afgewezen.
[C aannemersbedrijf] stelt dat [A-B] tekort is geschoten in de nakoming door werkzaamheden niet deugdelijk uit te voeren en vanaf 16 januari 2006 geheel te staken. De rechtbank oordeelt dat sprake is van opschorting door [A-B] wegens niet-betaling en dat dit geen tekortkoming is die nakoming door derden rechtvaardigt. Wel wordt [A-B] veroordeeld tot betaling van € 315.329,79 voor geleverde hulpmiddelen en materieel, ondanks het ontbreken van een bijlage met prijzen, omdat levering niet is betwist.
De curator vordert betaling van bedragen die na faillissement zijn betaald, stellende dat deze aan hem hadden moeten worden voldaan. De rechtbank wijst deze vorderingen af omdat de boedel niet is gebaat bij de na faillissement aangegane verbintenissen. De proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: Vordering cessiehouder afgewezen, onderaannemer veroordeeld tot betaling geleverde hulpmiddelen en materieel, curatorvorderingen afgewezen wegens ontbreken boedelvoordeel.