ECLI:NL:RBSGR:2008:BC2806
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Herhaalde asielaanvraag afgewezen wegens verantwoordelijkheid Griekenland en nieuwe feiten
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een herhaalde asielaanvraag in nadat eerder was vastgesteld dat Griekenland verantwoordelijk was voor de behandeling van zijn asielverzoek. Verzoeker stelde dat Griekenland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en onderbouwde dit met diverse rapporten, waaronder een UNHCR-rapport van november 2007 en een inbreukprocedure van de Europese Commissie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze documenten als nieuwe feiten (nova) moesten worden aangemerkt en dat niet kon worden uitgesloten dat deze afdoen aan de eerdere beslissing. De termijn van zes maanden voor overdracht aan Griekenland was inmiddels verstreken, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en de beschikking van 19 december 2007 werd vernietigd.
Verweerder had de aanvraag afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, stellende dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat de aanvraag ten onrechte was afgewezen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat nader onderzoek niet redelijkerwijs kon bijdragen aan de beoordeling.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van verzoeker en gaf aan dat tegen de uitspraak in de bodemzaak hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens nieuwe feiten over gebrekkige Griekse asielprocedure.