ECLI:NL:RBSGR:2008:BC2955
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toereikendheid Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen
Eiseressen, minderjarige vreemdelingen zonder verblijfsvergunning, ontvingen een uitkering op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). Zij stelden dat deze uitkering niet toereikend was en dat zij recht hadden op een hogere uitkering op grond van artikel 27 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
De rechtbank stelde vast dat de verstrekte uitkeringen krachtens de Rvb zijn en dat toetsing aan de Wet werk en bijstand (WWB) niet aan de orde is, omdat de Rvb een zelfstandige, uitputtende regeling is voor deze categorie vreemdelingen. De rechtbank overwoog dat de Rvb een algemeen verbindend voorschrift is waartegen geen beroep kan worden ingesteld.
Hoewel eiseressen stelden dat de Rvb in strijd zou kunnen zijn met internationale verdragen zoals het IVRK, kwam de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling hiervan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat artikel 27 IVRK Pro niet rechtstreeks toepasbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bestreden besluit de rechterlijke toets kan doorstaan. Er werden geen proceskosten aan één van de partijen opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Rvb-uitkering een passende en toereikende voorziening is.