ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3358
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, werd op 9 januari 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij was daarvoor van 11 september 2007 tot 9 januari 2008 in strafrechtelijke detentie geweest. De maatregel van bewaring werd opgelegd vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, waarbij de presentatie bij de Surinaamse autoriteiten gepland stond op 30 juli 2008.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld en dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder wel aan zijn inspanningsverplichting had voldaan door tijdig vertrekgesprekken te voeren en de laissez-passeraanvraag in te dienen. Echter, omdat de presentatie pas op 30 juli 2008 gepland stond, was er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring vanaf het begin in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en besloot de maatregel op te heffen met ingang van 21 januari 2008. Daarnaast werd aan eiser een schadevergoeding van €840 toegekend voor 12 dagen onrechtmatige bewaring en werden de proceskosten van €644 aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn; eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.