ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3386
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 22 december 2007 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Irak. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep en onderzocht of er zicht was op daadwerkelijke uitzetting.
Verweerder verwees naar een telefoonnotitie van 7 december 2007 waarin sprake was van toestemming voor uitzetting en een verwachte vluchtdatum. Echter, een brief van 8 januari 2008 maakte duidelijk dat sinds januari 2007 geen gedwongen uitzettingen naar Irak hadden plaatsgevonden en dat concrete afspraken ontbraken. De rechtbank concludeerde dat de enkele mededeling over vergevorderde onderhandelingen onvoldoende was om te spreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring daarom niet gerechtvaardigd was en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd met onmiddellijke ingang opgeheven. Het onderzoek naar de omvang van een eventuele schadevergoeding werd heropend en de zaak werd verwezen naar een nader zitting op 17 januari 2008. Verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar Noord-Irak binnen een redelijke termijn.