ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4091
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring wegens ongewenstverklaring op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De Staatssecretaris van Justitie legde op 15 januari 2008 aan eiser, een Afghaanse vreemdeling, een maatregel van vreemdelingenbewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een ongewenstverklaring op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding, stellende dat de bewaring onrechtmatig was en een inbreuk vormde op zijn recht op privé- en gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken gerechtvaardigd was, mede omdat hij ongewenst was verklaard. De rechtbank paste een terughoudende toets toe op de vraag of een lichter middel dan bewaring mogelijk was en concludeerde dat de Staatssecretaris in redelijkheid tot bewaring kon besluiten. Verder werd geoordeeld dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, ondanks het lopende bezwaar en voorlopige voorziening, en dat eiser niet zal worden uitgezet zolang de procedure loopt.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat de bewaring slechts intimidatie beoogde en dat er een beleid bestond om 1F-ers niet in bewaring te nemen zolang bezwaar loopt. Ook werd vastgesteld dat verweerder voldoende voortvarend handelt in de uitzettingsprocedure. Gelet op deze omstandigheden werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.