ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5355
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poustochkine
- De Haan
- Berendsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen dubbele moord Metselmoorden wegens onvoldoende bewijs
Op 12 augustus 2004 verdwenen twee slachtoffers, waarna hun lichamen op 23 september 2004 in een woning werden gevonden met meerdere steek- en snijwonden. Verdachte, zijn broer en vader werden als hoofdverdachten aangemerkt. Verdachte was op het moment van de feiten in het buitenland en werd later uitgeleverd uit India.
De officier van justitie stelde dat sprake was van een vooropgezet plan en medeplegen door verdachte, gebaseerd op verklaringen, telefonische gegevens en aanwezigheid op de plaats delict. De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs was voor een bewuste en nauwe samenwerking gericht op de dood van de slachtoffers. Speculaties over afspraken en ontmoetingen konden niet worden bevestigd.
De verdediging voerde meerdere procedurele bezwaren aan, waaronder overschrijding van de redelijke termijn, schending van het verschoningsrecht, vernietiging van kleding en lekken van informatie. De rechtbank verwierp deze bezwaren omdat de overschrijding grotendeels aan het gedrag van verdachte te wijten was, er geen grove schendingen van het verschoningsrecht waren, de kleding na sporenonderzoek werd vernietigd en geen bewijs was voor beïnvloeding van de rechtsgang.
De rechtbank sprak verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. De teruggave van de inbeslaggenomen woning werd gelast en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen dubbele moord.