ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6986
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting vrijheidsontnemende maatregel na niet afgeronde AC-procedure is rechtmatig
Eiser, een Keniaanse asielzoeker, werd op 10 januari 2008 de toegang tot Nederland geweigerd en direct een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en het besluit tot voortzetting ervan, omdat het nader onderzoek niet binnen de 48 procesuren van de AC-procedure was afgerond.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid tot oplegging en voortzetting van de maatregel op grond van artikel 6 Vw Pro 2000 gegeven is. Het beleid zoals neergelegd in paragraaf C12/2.2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 staat voortzetting toe indien nader onderzoek noodzakelijk is om te bepalen of het asielverzoek moet worden afgewezen, mits er een (impliciet) voornemen tot afwijzing bestaat.
De rechtbank vond het aannemelijk dat nader onderzoek nodig was vanwege het atypische asielrelaas van eiser en dat een voornemen tot afwijzing bestond. Hoewel het in deze fase beperkt toetsbaar is of het onderzoek binnen zes weken wordt afgerond, kan dit later in een volgend beroep worden beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig werd voortgezet en verklaarde het beroep ongegrond.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De rechtbank benadrukte dat de AC-procedure niet bedoeld is om de tenuitvoerlegging van de maatregel te beperken en dat verweerder voortvarend moet handelen bij het onderzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.