ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7440
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.H. von Maltzahn
- J.G.J. Brink
- Y.J. Wijnnobel-van Erp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen faillissementsrechter wegens ontbreken inhoudelijke grond
Verzoeker diende een mondeling wrakingsverzoek in tegen de faillissementsrechter naar aanleiding van het faillissement dat op 31 mei 2006 tegen hem was uitgesproken. Hij betoogde dat het faillissement onterecht was omdat de schulden waren ontstaan bij een bedrijf dat op naam van zijn ex-echtgenote stond, en dat er tegenstrijdige uitspraken waren gedaan in zijn echtscheidingsprocedure en het faillissement.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker geen concrete aanwijzingen had gegeven dat de rechter onpartijdig was of de schijn van vooringenomenheid had gewekt. Tevens benadrukte de rechtbank dat een wrakingsverzoek niet kan worden gebruikt om de juistheid van een beslissing inhoudelijk aan de orde te stellen; daarvoor is hoger beroep de juiste weg.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 28 januari 2008 en concludeerde dat verzoeker niet-ontvankelijk was. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd openbaar uitgesproken door drie rechters van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek; het faillissementsproces wordt voortgezet.