ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7496
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige op grond van mvv-vereiste
Verzoeker, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie afgewezen omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en omdat zijn zelfstandige arbeid geen wezenlijk Nederlands economisch belang zou dienen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, omdat het bezwaar geen schorsende werking had en hij uit Nederland verwijderd kon worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar tegen het mvv-vereiste een redelijke kans van slagen heeft, mede gelet op het arrest van het Europese Hof van Justitie inzake Tum en Dari, waarin werd geoordeeld dat het mvv-vereiste geen nieuwe beperking mag vormen voor Turkse zelfstandigen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening toe, verbood verwijdering van verzoeker zolang op het bezwaar niet is beslist, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Hiermee werd de belangenafweging in het voordeel van verzoeker beslecht, zonder inhoudelijke beoordeling van de overige afwijzingsgrond.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering uit Nederland wordt verboden zolang op bezwaar niet is beslist.