ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7499
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning zelfstandige bij bijzondere omstandigheden en studiekosten
Eiseres, een Israëlische danseres en choreograaf, had vanaf 2000 vrijwel onafgebroken legaal verblijf in Nederland, eerst als werknemer en daarna als zelfstandige. Zij beschikte over voldoende middelen van bestaan in 2004 en 2006 en had ook voor 2007 voldoende inkomsten voorzien. De IND wees haar aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning zelfstandige af omdat haar netto inkomen in 2005 onder de bijstandsnorm lag, mede door studiekosten die als bedrijfskosten werden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat de studiekosten fiscaal aftrekbaar zijn, maar ook bedrijfseconomisch als kosten moeten worden beschouwd, waardoor het netto inkomen lager uitvalt. Dit leidt echter tot een onevenredig gevolg dat eiseres haar werkzaamheden niet kan voortzetten. De rechtbank stelt dat verweerder de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb Pro had moeten toepassen vanwege bijzondere omstandigheden die niet in het beleid waren verwerkt.
Verder is vastgesteld dat eiseres duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt en dat haar aanwezigheid een wezenlijk Nederlands cultureel belang dient. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege bijzondere omstandigheden en toepassing van de inherente afwijkingsbevoegdheid.