ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8336
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Irak
Eiser, van Iraakse nationaliteit, werd op grond van eerdere veroordelingen ongewenst verklaard door verweerder. Eiser stelde dat de werkelijke reden voor de ongewenstverklaring de verdenking van terrorisme was, en dat terugkeer naar Irak een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt. De rechtbank overwoog dat het beginsel van formele rechtskracht geldt, maar dat onder bijzondere omstandigheden hiervan kan worden afgeweken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Irak geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, mede gelet op de kennis van de Iraakse autoriteiten over de terrorismeverdenking en de informatie van Amnesty International. Ook het medische advies van het BMA gaf geen aanleiding tot vernietiging.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij het beroep van eiser op artikel 15, onder b, van de Definitierichtlijn betrokken moet worden. Tevens werd verweerder verboden eiser uit Nederland te verwijderen tot vier weken na beslissing op bezwaar, en werden de strafrechtelijke gevolgen opgeschort. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot ongewenstverklaring is vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.