ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9445
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.F.Th. de Roos
- C. van Boven-Hartogh
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Toekenning Rvb-toelage aan minderjarige vreemdelingen onder pas op de plaats-beleid in afwachting Pardonregeling
Eisers, minderjarige vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, hadden een aanvraag om een Rvb-toelage ingediend die door het COA werd afgewezen. Het geschil spitste zich toe op de vraag of zij zich materieel in een situatie bevinden die gelijkgesteld kan worden aan rechtmatig verblijf zoals omschreven in een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB).
De rechtbank stelde vast dat het pas op de plaats-beleid, dat geldt in afwachting van een beslissing over de Pardonregeling, inhoudt dat de Nederlandse Staat bewust aanvaardt dat deze kinderen gedurende een zekere tijd in Nederland verblijven. Hierdoor rust op de Staat een zorgplicht voortvloeiend uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
Hoewel eisers formeel geen rechtmatig verblijf hadden volgens de Vreemdelingenwet 2000, oordeelde de rechtbank dat de uitleg van verweerder te beperkt was en in strijd met artikel 2 van Pro het IVRK. De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde zelf dat eisers recht hebben op een Rvb-toelage voor de betreffende maanden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende besluiten en bepaalt dat eisers recht hebben op een Rvb-toelage.