ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9976
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens onjuiste informatie over verwijderbaarheid
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 8 maart 2008 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een veroordeling en een ongewenstverklaring. Tijdens zijn strafdetentie werden vertrekgesprekken gevoerd en bleek zijn paspoort geldig te zijn. Verweerder stelde dat hij voldoende inspanningen had verricht om uitzetting voor te bereiden.
De rechtbank constateerde dat verweerder vanaf 12 maart 2008 geen uitzettingshandelingen had verricht op basis van een faxbericht van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) dat eiser vanwege een lopende aanvraagprocedure op 18 maart 2008 zou worden gehoord en daarom niet verwijderbaar zou zijn. Dit bleek onjuist; eiser had geen aanvraagprocedure lopen en was verwijderbaar.
De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de bewaring vanaf 12 maart 2008 in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld. Het beroep werd gegrond verklaard, de maatregel van bewaring werd opgeheven per 28 maart 2008, en eiser werd een schadevergoeding toegekend. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring werd opgeheven per 28 maart 2008 wegens onrechtmatige voortzetting vanaf 12 maart 2008 en eiser kreeg schadevergoeding toegekend.