ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1200
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van overgespaarde inkomsten en pensioenverevening bij echtscheiding
In deze zaak gaat het om de verrekening van overgespaarde inkomsten tussen partijen na hun echtscheiding, met als peildatum 22 april 2003. De rechtbank beoordeelde de waardestijging van onroerend goed op naam van de man, rekening-courantschulden, effecten, aandelen, levensverzekeringen en overige bezittingen. De man had hypotheken afgelost uit overgespaard inkomen, wat voor verrekening in aanmerking komt. De vrouw heeft recht op de helft van de waardestijgingen en andere vermogensbestanddelen.
De rechtbank verwierp het verzoek van de vrouw om verrekening van betaalde hypotheekrente en een schenking van haar ouders wegens onvoldoende bewijs. Ook werd geen rekening gehouden met een belastingclaim van de man bij verkoop van een pand, omdat deze onzeker was. De rechtbank bepaalde dat de man een bedrag van €85.126,- plus een deel van de waarde van levensverzekeringen aan de vrouw moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de beschikking.
Verder werd vastgesteld dat de vrouw recht heeft op pensioenverevening van het door de man opgebouwde pensioen bij zijn vennootschap en het bedrijfspensioenfonds. Het verzoek om zekerheidstelling door afstorting van het pensioen werd afgewezen wegens te late indiening. De verdeling van de inboedel werd vastgesteld zonder nadere verrekening, waarbij ieder behoudt wat hij/zij onder zich heeft.
Uitkomst: De man is gehouden €85.126,- plus een deel van levensverzekeringen en wettelijke rente aan de vrouw te betalen, en de vrouw heeft recht op pensioenverevening.