ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Bloebaum
- Rechtspraak.nl
Beperking verblijfstermijn op detentieboot bij vreemdelingenbewaring
Eiser verbleef tussen september 2007 en april 2008 met onderbrekingen aan boord van een detentieboot en in een uitzetcentrum. De rechtbank toetst of het voortduren van de vreemdelingenbewaring gerechtvaardigd is, met bijzondere aandacht voor de duur van het verblijf op de detentieboot.
Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft eerder geoordeeld dat na zes maanden verblijf op een detentieboot het belang van de vreemdeling bij vrijheid zwaarder weegt dan het belang van de overheid bij bewaring op die locatie. De rechtbank stelt vast dat eiser meer dan zes maanden aan boord van de detentieboot heeft verbleven, ook als de periode in het uitzetcentrum wordt meegeteld.
De rechtbank oordeelt dat eiser uiterlijk op 14 april 2008 had moeten worden overgeplaatst naar een andere locatie voor langdurige vreemdelingenbewaring. Het voortzetten van het verblijf aan boord na die datum is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard voor zover het de wijze van tenuitvoerlegging betreft en wordt een schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: Eiser wordt overgeplaatst na zes maanden verblijf op detentieboot en ontvangt schadevergoeding wegens overschrijding.