ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2035
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende legitimatie bij identiteitscontrole
Eiser, een Ghanees van 47 jaar, werd op 10 januari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde dat de aanhouding en de daaropvolgende bewaring onrechtmatig waren omdat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was en het verzoek om zijn identiteitsbewijs te tonen niet gerechtvaardigd was. De rechtbank onderzocht het proces-verbaal van bevindingen en constateerde dat de verbalisant onvoldoende had onderzocht of het signalement van de gezochte persoon overeenkwam met eiser, waardoor de legitimatie voor het vragen naar zijn identiteit ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring niet in redelijke verhouding stond tot de belangen die zij diende te beschermen en dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel met ingang van 22 januari 2008 en kende eiser een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige bewaring van in totaal 12 dagen.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de verweerder in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en individuele belangenafweging bij het opleggen van vrijheidsbenemende maatregelen in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring werd onrechtmatig verklaard, opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding toegekend.