ECLI:NL:RVS:2007:BB5258
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding
Appellant werd op 12 augustus 2007 staandegehouden op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf en vervolgens in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees schadevergoeding af.
De Raad van State oordeelt dat uit het proces-verbaal niet blijkt dat voorafgaand aan de staandehouding een verzoek om legitimatie ter naleving van andere wetten is gedaan. De controle vond plaats op basis van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarvoor een redelijk vermoeden van illegaal verblijf vereist is.
De enkele aanwezigheid van appellant op een bekende hangplek voor jongeren vormt geen redelijk vermoeden. Hierdoor was de staandehouding onrechtmatig en daarmee ook de daaropvolgende bewaring niet gerechtvaardigd. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en appellant ontvangt schadevergoeding.