ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder reisdocumenten, werd op 17 januari 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerdere beroepen tegen de bewaring werden ongegrond verklaard, maar op 11 april 2008 stelde eiser beroep in tegen het voortduren van de vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of er voldoende zicht op uitzetting bestond en of verweerder voldoende voortvarend handelde. Verweerder stelde dat eiser verantwoordelijk was voor het verkrijgen van documenten, maar kon niet concreet aangeven welke documenten redelijkerwijs beschikbaar waren. Uit het dossier bleek dat de Chinese autoriteiten in 2007 geen reisdocumenten aan ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen verstrekten.
De rechtbank concludeerde dat het standpunt van verweerder onvoldoende was onderbouwd en dat de bewaring het karakter van gijzeling had gekregen. De bewaring was daarom onrechtmatig vanaf 11 april 2008, de dag van het beroep. De rechtbank beval onmiddellijke invrijheidstelling en kende een schadevergoeding toe van €1.260,00, alsmede proceskosten van €483,00 ten laste van de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke invrijheidstelling en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.