ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8948
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel vreemdelingenbewaring wegens ernstige schending inlichtingenplicht
Eiser, een Chinese nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 25 november 2007 in bewaring gesteld. De rechtbank heeft eerder beroep tegen de bewaring ongegrond verklaard, maar bij het laatste beroep op 2 april 2008 oordeelt zij anders.
Verweerder heeft stelselmatig onjuiste informatie verstrekt over de in 2007 door de Chinese autoriteiten afgegeven laissez-passers aan ongedocumenteerde vreemdelingen. Deze informatie was voor de rechtbank van belang bij de beoordeling van het zicht op uitzetting. Uit nader onderzoek blijkt dat één laissez-passer in 2006 is afgegeven en dat de andere aanvraag niet aan een ongedocumenteerde vreemdeling is verstrekt maar een paspoort betrof.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de inlichtingenplicht uit de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:28 en 8:45) in ernstige mate heeft geschonden. Dit leidt tot een gegrond verklaring van het beroep en opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 2 april 2008. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe voor 37 dagen onrechtmatige bewaring van € 2.590,-- en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 644,--.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding.