ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2459
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verlies uit aanmerkelijk belang ondanks uitblijven aandelenlevering
Eiser verstrekte in 1999 meerdere geldleningen aan vennootschappen waarin A een belang had, en sloot in mei 2000 een koopovereenkomst voor 25% van de aandelen in C BV voor f 750.000, welke koopsom werd voldaan via verrekening van eerder verstrekte leningen. De aandelen zijn echter nooit geleverd.
C BV werd in 2001 failliet verklaard en het faillissement in 2002 opgeheven. Eiser gaf in zijn belastingaangifte 2002 een verlies uit aanmerkelijk belang aan van € 340.336, dat door verweerder werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde de schriftelijke koopovereenkomst, verklaringen van eiser en het verhandelde ter zitting en achtte het aannemelijk dat eiser een onvoorwaardelijk recht op levering van de aandelen had verkregen.
De rechtbank verwierp het verweer van verweerder dat de koop niet zou zijn gerealiseerd vanwege uitblijven van levering of onduidelijke betaling. Ook het faillissement van C BV en de verkoop van aandelen aan D BV voor f 1 werden niet doorslaggevend geacht. De rechtbank stelde het verlies vast op € 340.336 en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt het verlies uit aanmerkelijk belang vast op € 340.336 ondanks het uitblijven van levering van de aandelen.