ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2843
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting van Chinese vreemdeling
Eiser, een Chinese vreemdeling die deel uitmaakt van een groep asielzoekers, werd in bewaring gesteld op grond van een individuele aanwijzing van de Staatssecretaris vanwege vermoedens van illegaal verblijf en eerdere onttrekking aan toezicht.
De rechtbank stelde vast dat eiser voldeed aan de criteria van de aanwijzing, waaronder het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en het behoren tot een risicogroep. De staandehouding en inbewaringstelling waren daarom niet onrechtmatig. Daarnaast werd geoordeeld dat eiser geen individuele omstandigheden had aangevoerd die een afwijking van de maatregel rechtvaardigden.
Verder werd overwogen dat eiser geen aannemelijk bewijs had geleverd dat hij voldoende pogingen had gedaan om reis- of identiteitsdocumenten te verkrijgen, waardoor zicht op uitzetting niet ontbrak. De rechtbank vond dat de maatregel van bewaring in overeenstemming was met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank benadrukte dat de formele asielaanvraag pas op 15 mei 2008 was ingediend, waardoor het verblijf tot die datum niet als rechtmatig kon worden beschouwd.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.