ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4201
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen herinvesteringsreserve bij verkoop en aankoop van verschillend horecabedrijf
Eiseres en haar echtgenoot exploiteerden tot juni 2002 een horecabedrijf (horecabedrijf A) en startten daarna een ander horecabedrijf (horecabedrijf B) op een andere locatie. De verkoop van horecabedrijf A en de aankoop van horecabedrijf B vonden in mei 2002 plaats. Eiseres wilde de boekwinst uit de verkoop van horecabedrijf A als herinvesteringsreserve aanmerken bij de aankoop van horecabedrijf B.
De Belastingdienst weigerde de herinvesteringsreserve toe te passen en zag de verkoop als staking van de onderneming, waardoor de boekwinst tot de winst werd gerekend. De rechtbank onderzocht of sprake was van voortzetting of staking van de onderneming.
De rechtbank stelde vast dat horecabedrijf A en B aanzienlijk verschillen in omzet, personeelsbestand, aard van diensten, ligging en uitstraling. Horecabedrijf A lag in een winkelcentrum en richtte zich vooral op winkelend publiek, terwijl horecabedrijf B in een monumentaal pand in een recreatiegebied ligt met een andere klantenkring. Ook het aanbod en de omvang van de bedrijven verschillen aanzienlijk.
Daarom oordeelde de rechtbank dat met de verkoop van horecabedrijf A de onderneming is gestaakt en met de aankoop van horecabedrijf B een nieuwe onderneming is gestart. De herinvesteringsreserve kon niet worden toegepast en het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen herinvesteringsreserve kan worden gevormd bij verkoop en aankoop van verschillend horecabedrijf.