ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4478
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Linschoten
- I.D. Jacobs
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over duurzaam onmogelijke uitzetting en artikel 3 EVRM
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die door verweerder werd ingetrokken op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank stelde eerder vast dat verweerder terecht dit artikel aan eiser heeft tegengeworpen, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd of artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam tegen uitzetting verzet.
Eiser bevond zich in een situatie waarin geen verblijfstitel werd verleend, maar ook geen uitzetting plaatsvond. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd of sprake was van een duurzaam risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan. Het besluit van 8 september 2003, waarin dit risico werd vastgesteld, was door verweerder niet verlaten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van 26 oktober 2007 en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de uitzetting van eiser verboden tot vier weken na bekendmaking van het nieuwe besluit. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 644,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over duurzaam bezwaar op grond van artikel 3 EVRM.