ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5621
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende individualisering redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser, een Chinese asielzoeker, werd op 14 mei 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op een staandehouding waarbij een groep Chinese vreemdelingen werd aangehouden vanwege een vermoedelijk verhoogd risico op illegaal verblijf en onttrekking aan toezicht. De rechtbank oordeelt dat het proces-verbaal van staandehouding onvoldoende individuele gronden bevat om een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bij eiser vast te stellen. Het standaardrisicoprofiel en de algemene verwijzingen naar antecedenten zijn te algemeen en niet op eiser toegespitst.
De rechtbank stelt dat de staandehouding onrechtmatig was en dat de daaropvolgende bewaring, gelet op de belangenafweging, niet gerechtvaardigd is. Eiser heeft zich steeds aan zijn meldplicht gehouden en had een vaste woon- en verblijfplaats. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe en kent een bedrag van € 1.050 toe voor de onrechtmatige bewaring van 15 dagen. Tevens worden de proceskosten van € 644 toegewezen aan eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van individualisering bij het aannemen van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf en bevestigt dat algemene risicoprofielen en niet-geconcretiseerde vermoedens onvoldoende zijn. De maatregel van bewaring wordt per direct opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring wegens onrechtmatigheid en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.