ECLI:NL:RVS:2008:BD6059
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en redelijk vermoeden van illegaal verblijf
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de vreemdeling in vreemdelingenbewaring had gesteld. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven.
De staatssecretaris stelde dat het redelijk vermoeden van illegaal verblijf kon worden afgeleid uit het feit dat de vreemdeling deel uitmaakte van een groep Chinese vreemdelingen die zich kort voor 1 april 2008 in Ter Apel had gemeld. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om illegaal verblijf aan te nemen, mede omdat niet duidelijk was of de vreemdeling al dan niet asiel had aangevraagd.
De Raad van State overwoog dat de gronden voor inbewaringstelling wel kunnen dienen ter staving van het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zal onttrekken, maar niet voor het redelijk vermoeden van illegaal verblijf dat staandehouding rechtvaardigt. De staatssecretaris had dit onderscheid niet voldoende onderkend.
De Raad van State verwierp het hoger beroep omdat de staatssecretaris niet had gemotiveerd dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over het ontbreken van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Ook de overige grief faalde. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.