ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5943

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
6 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
FA RK 08-2399 307805
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wet van 2 mei 1990Haagse Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Internationale kinderontvoering en verzoek tot teruggeleiding met mediation

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 6 mei 2008 een beschikking gegeven in een zaak betreffende internationale kinderontvoering. De vader heeft via de Nederlandse Centrale Autoriteit een verzoek ingediend tot teruggeleiding van zijn minderjarige kinderen naar de Verenigde Staten, waar zij hun gewone verblijfplaats hadden. De moeder woont momenteel met de kinderen in Nederland en verzet zich tegen onmiddellijke terugkeer.

Tijdens de zitting zijn partijen overeengekomen het geschil omtrent de verblijfplaats van de minderjarigen, de omgang met de andere ouder en de afgifte van paspoorten middels mediation te proberen op te lossen. De rechtbank heeft daarom de zaak aangehouden tot uiterlijk 1 september 2008, met een schriftelijke voortgangsrapportage uiterlijk 8 augustus 2008.

De rechtbank heeft partijen verwezen naar een mediator en houdt verdere behandeling aan, in afwachting van de uitkomst van de mediation. Daarnaast is in het verweerschrift van de moeder een verzoek opgenomen tot het verrichten van een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming indien teruggeleiding plaatsvindt, om te beoordelen of een ondraaglijke situatie voor de kinderen ontstaat.

De beschikking is uitgesproken door drie kinderrechters en griffier, en betreft een procedure op grond van het Haagse Verdrag betreffende internationale kinderontvoering, waarbij de belangen van de minderjarigen centraal staan.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en verwijst partijen naar mediation om het geschil over verblijfplaats en omgang op te lossen.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Meervoudige Kamer
Internationale kinderontvoering
rekestnummer: FA RK 08-2399
zaaknummer: 307805
datum beschikking: 6 mei 2008
BESCHIKKING op het op 28 maart 2008 ingekomen verzoek van:
de Directie Justitieel Jeugdbeleid, Afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Justitie, belast met de taak van Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van Pro de Wet van 2 mei 1990 (Stb. 202) tot uitvoering van het Haagse Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139), gevestigd te 's-Gravenhage, verder te noemen de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf en namens:
[vader],
hierna: de vader,
wonende te [plaats] in de Verenigde Staten,
advocaat: mr. W.A. van der Stroom-Willemsen te Rotterdam,
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[moeder],
de moeder,
wonende te [plaats],
procureur: mr. M.C. Reichmann.
PROCEDURE
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de faxberichten d.d. 22 april 2008 met bijlagen van de zijde van de Centrale Autoriteit.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op [datum] 2008 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de Centrale Autoriteit in de persoon van mr. A.M.E. Giuliano, de vader met zijn advocaat en mevrouw [...] als tolk, alsmede de moeder met haar procureur.
FEITEN
De vader en de moeder zijn op [datum] 1992 te [plaats] in de Verenigde Staten gehuwd. Op [datum] 2005 heeft de rechtbank te [plaats] de echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken.
De vader en de moeder zijn de ouders van de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [datum] 1998 te [plaats] in de Verenigde Staten, en
- [minderjarige 2], geboren op [datum] 2000 te [plaats] in de Verenigde Staten.
De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag over de minderjarigen uit (parental responsibility).
Genoemde minderjarigen verblijven thans bij de moeder te [plaats].
De vader en de moeder zijn voorts de ouders van de minderjarige [minderjarige 3], geboren op [datum] 1994 te [plaats] in de Verenigde Staten, doch deze minderjarige is niet in de procedure betrokken.
VERZOEK EN VERWEER
Van de zijde van de vader is op 22 oktober 2007 bij de Nederlandse Centrale Autoriteit een verzoek ingediend tot teruggeleiding van de minderjarigen naar [plaats] in de Verenigde Staten. De Centrale Autoriteit heeft op 28 maart 2008 het verzoekschrift ingediend. Zij heeft verzocht, met toepassing van artikel 13 van Pro de Uitvoeringswet, de onmiddellijke terugkeer van de minderjarigen te bevelen, althans de terugkeer van de minderjarigen vóór een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, dan wel te bevelen - indien de moeder weigert hen binnen de bepaalde termijn terug te brengen naar [plaats] in de Verenigde Staten - dat de moeder de minderjarigen aan de vader dient af te geven, zodat hij hen mee terug kan brengen naar hun gewone verblijfplaats.
In het verweerschrift verzoekt de moeder primair:
1. het verzoek van de Centrale Autoriteit tot onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarigen af te wijzen, zo nodig met gelasting dat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek zal verrichten naar de mogelijkheid van het ontstaan van een ondraaglijke toestand in het geval de minderjarigen worden teruggeleid naar de Verenigde Staten;
2. een omgangsregeling te bepalen tussen de vader en de minderjarigen.
Subsidiair verzoekt de moeder een nader vast te stellen omgangsregeling te bepalen tussen haar en de minderjarigen voor het geval de minderjarigen zouden moeten terugkeren naar de Verenigde Staten.
BEOORDELING
Ter terechtzitting hebben partijen besloten te trachten het geschil omtrent de verblijfplaats van de minderjarigen, de omgang met de andere ouder en de afgiften van de paspoorten, door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Ter terechtzitting hebben partijen daaromtrent afspraken gemaakt, welke zijn neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte overeenkomst. De inhoud van deze overeenkomst wordt als hier ingelast beschouwd.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de zaak als na te melden aanhouden.
BESLISSING
De rechtbank:
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschil omtrent de verblijfplaats van de minderjarigen, de omgang met de andere ouder en de afgiften van de paspoorten door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
houdt de behandeling ten aanzien van het verzoek tot teruggeleiding en het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling aan tot uiterlijk 1 september 2008 pro forma, in afwachting van de resultaten van de mediation;
uiterlijk op 8 augustus 2008 dienen partijen zich schriftelijk uit te laten over het resultaat van de mediation en de voortgang van deze procedure;
beveelt de griffier, indien een nadere behandeling ter terechtzitting gewenst is, partijen tegen het
tijdstip van de alsdan nog nader te bepalen terechtzitting op te roepen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs R.G. de Lange-Tegelaar, M. Kramer en C.F. Mewe, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. L.F.A. Bos als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2008.